Valentijnskaart.

Hoor de brievenbus klepperen en iets op de grond vallen, dus sta ik op om te kijken wat er vandaag bezorgd is. Verwacht eigenlijk niks en aankomend in de gang zie ik een kaart met hartjes op de grond liggen. Het blijkt een Valentijnskaart te zijn met hartjes. Ben wel verbaast, want verkering heb ik op moment niet. Draai de kaart om en lees: Voor mijn Valentijn. Kom de kusjes maar ophalen. Je weet wel van wie. XXX

Verbaast loop ik naar de kamer terug en ga weer op de bank zitten. Ken als student wel veel meisjes, maar niet iedereen weet waar ik woon. Een voor een laat ik de vele namen aan mijn denkbeeld voorbijgaan.  Uiteindelijk blijf ik met twee namen zitten. Debbie en Ingrid. De eerste heeft wel eens te kennen gegeven dat ik Chris een leuke vent te vinden. Met Ingrid heb ik wel op school wel eens leuke gesprekken gevoerd, maar verder…

Hoe heet Debbie ook alweer met haar achternaam. O ja, Debbie van Voren. Online kijk ik even in de telefoongids. Drie en twintig mogelijkheden… mmm. Even denken, heette zijn vader niet Rene? Bij de namen kom ik nu uit op twee die met een R beginnen. Google de beide adressen even met Google maps en zie dat de Haarstraat de meest logische keuze is, want ongeveer weet ik haar wel te wonen. Schrijf het adres op een briefje, wat ik vervolgens in mijn broekzak stop.

De eerste indruk moet goed zijn, dus dan zal je er wel wat voor moeten doen en op pad gaan. Even de stoute schoenen aantrekken grap ik naar mezelf, terwijl stappers onder de tafel weg pluk. Jas aan en fluitend ga ik op pad. Onderweg stop ik nog even bij een bloemenzaak voor een bosje prachtige rode rozen.

Dan kom ik even later aan op het adres. Bij nummer zeven van dit flatgebouw zie ik R. van Voren staan en druk daar op de bel.

“Hallo met Debbie,” hoor ik haar zeggen. “Wie is daar?”

“Hallo Debbie, hier ben ik. Chris van school met een kleine attentie.” Hoop zo dat haar interesse in mij en mijn cadeau zo voldoende gewekt is.

“Kom er aan, wacht maar bij de lift beneden.” De zoemer gaat en druk na de klik de buitendeur open. Kom in een kleine hal, waar halverwege een lift is. Even later komt Debbie uit de lift. Duidelijk verrast om mij hier te zien. Om het ijs te breken haal ik mijn bosje rozen achter mijn rug vandaan en roep: “Voor Valentijnsdag.”

“Wat zijn ze prachtig Chris, dank je wel. Ben benieuwd wat mijn vriend Hans hiervan zal gaan zeggen, want die had ook nog een verrassing. Kom maar mee, dan kan je kennis maken.” Al dit vertellend draait Debbie zich om en stapt in de lift en druk op de etageknop. Verlamd en verbijsterd blijf ik staan en de deuren gaan voor mijn neus dicht.

Dan komt het besef dat Debbie niet mij de kaart heeft gestuurd. Verslagen loop ik teleurgesteld naar huis. Na binnenkomst doe ik mijn jas uit, schop mijn schoenen uit en laat me op de bank neerploffen. Dan zie ik de kaart op tafel liggen. Weinig wijzer geworden en ben nu wel een illusie armer. De kaart gaat even later in de papierbak. Laat een ander maar blij worden van deze kaart.

©2018 Martin Wichink.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 0 sterren
0 stemmen

Klik hier om naar boven te gaan.