Haarle15.jouwweb.nl
Home » (Korte) verhalen » Mythe's in Haarle » Hans en Grietje

Hans en Grietje

Aan de rand van het dorp tegen het Haarlese bos, staat een witte boerderij. Daar woont Harm Arfman met zijn kinderen Hans en Grietje. Zijn vrouw is enkele jaren geleden overleden, nadat ze korte tijd opgenomen was in het psychiatrisch ziekenhuis ‘het Franciscushof’. Ze had last van stemmen in haar hoofd. Deze ziekte heeft bij haar er dan ook voor gezorgd, dat ze door zelfdoding aan haar einde is gekomen. 

Huishoudster Anneke zorgt nu voor de kinderen, als Harm met zijn schapen de hei op is. Hij is de plaatselijke schaapherder en zorgt er voor dat zijn schapen de grassen tussen de hei weg gevreten, zodat de hei weer rijkelijk kan bloeien. Dit gebeuren is te zien op de Haarlese berg en de Koningsbelten. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat kan je hem daar vinden.

Als de schapen grazen, zit hij op een van de vele bankjes, die de omgeving rijk is. Naast hem liggen dan de Border Collies Bart en Bas te wachten op zijn volgende commando. Mensen die hem passeren, groeten Harm als een bekende of maken even een kort praatje over zijn vak. Voor kinderen heeft hij een zwak. Hen vertelt hij graag een van zijn vele mopjes of doet een van zijn goocheltruckjes. Meestal zijn deze gemaakt van eigen fabricaat. Hierdoor kom ik eigenlijk bij het verhaal wat ik jullie wil vertellen.

Zoals wel vaker speel ik met Hans op woensdagmiddag in het bos. We hebben een mooie open plek gevonden in een van de sparrenbossen. We zitten daar mooi uit de wind en hebben daar ons eigen hut gebouwd. Ook mogen Hans en ik graag in oude bomen klimmen. Al is het alleen maar voor het vergezicht, die je daar  hebt boven op de berg. Vandaag hebben Hans en ik, Grietje mee genomen. Ze mag onze afgebouwde hut bewonderen en met ons mee spelen op de open plek. 
Binnen een afgesproken afgezette baken spelen we eerst verstoppertje. Wat later doen we het spel ‘land veroveren’. Met een zakmes van Hans, teken ik ongeveer een vierkant van een meter uit in het zand. Om toerbeurt mogen we binnen het vak het zakmes op de grond werpen.

Blijft het met de punt in het zand staan, dan mag je in het verlengde tot de randen van het vierkant een streep trekken. Zo mag de eerste die dit lukt, bepalen welk deel aan hem of haar wordt toegewezen. Je kan zelf land verliezen, maar ook toevoegen van een ander. Zo speel je net zo lang tot je stopt. Wie het meeste land heeft veroverd, die wint. 
Zo vliegen de uren van die middag voorbij. Hans, Grietje en ik niet door, dat het langzaam aan mistig is geworden. Zo gingen we op in dit spel. Hier tussen de bomen gaat het nog wel, maar daarbuiten daalde de mist als een dichte deken over het open heideveld. Het begint nu ook wat te schemeren en dat is meestal het teken voor ons om terug naar huis te gaan. 
“We moeten naar huis”, zegt Hans dan ook als eerste. “ Het wordt straks zo donker en dan moeten we al thuis zijn”.
“Laten we dan snel gaan”, roept Grietje en trekt het zakmes uit het zand, veegt het schoon aan haar broek en klapt deze vervolgens dicht. Ook de meegepakte lege waterfles wordt niet vergeten. Buiten het sparrenbos merken we pas hoe mistig het is geworden. We zien nauwelijks een hand voor onze ogen. Voorzichtig lopen we het bospad af.

Bij de eerste splitsing krijgen Hans en Grietje al een meningsverschil.
“Volgens mij moeten we hier links”, zegt Grietje.
“Nee hoor, we moeten hier rechts”, antwoord Hans resoluut.
“Weet je het zeker”, vraag ik nog? Want ook ik twijfel.
Rechts is zijn korte antwoord, maar ik hoor ook een twijfel in zijn stem. Het duurt dan ook niet lang of we lopen verkeerd en zijn de weg kwijt. Wat nu??? Terug lopen lijkt de enigste optie.
“Auw”, roept Grietje opeens verschrikt en grijpt naar haar enkel. Grietje is in een konijnenhol gestapt en heeft haar enkel verzwikt. Hans en ik bekijken de snel zwellende enkel, nadat Grietje haar schoen en sok heeft uit gedaan. 
“Daar kan ze niet ver op lopen”, is al snel mijn conclusie.
“Wat doen we nu”, vraagt Grietje met een snik in haar stem. De tranen staan in haar ogen van de pijn en het lijkt alsof ze elk moment kan gaan huilen.
“We moeten in ieder geval bij elkaar blijven”, zegt Hans resoluut. “Vader komt ons vast wel zoeken”.
 
Harm komt de keuken binnen en ziet de dampende pannen op tafel staan. De hele dag in de buitenlucht heeft hem hongerig gemaakt. Anneke staat voor het raam naar buiten te kijken. Het wordt al vroeg donker door de mist.
“Zijn de kinderen nog niet binnen”, vraagt Harm? Hij ziet een nee knikkende Anneke, die een zucht van onrust laat ontsnappen.
“Ze zullen zo wel komen. Kom we beginnen al vast. Straks wil ik nog even bij de schapen kijken, want volgens mij moeten er nog wat lammeren vannacht.” En Harm schept zijn bord vol. Ook Anneke begint aan de warme maaltijd. Na het eten verdwijnt Harm in de schuur en blijft Anneke achter in de keuken. Ze maakt een begin met de afwas, maar tuurt ook regelmatig naar buiten, waar het nu nog mistiger wordt. Zo laat zijn de kinderen anders nooit binnen. Er moet vast wat gebeurt zijn.
Er komt ook iemand aan lopen. Het is Evert Wichink, de vader van Martin. Die maakt zich ook al zorgen, als hij ziet dat zijn zoon niet bij hen is.
Harm heeft een lammetje droog gewreven met stro, nadat deze net geboren is en te drinken gezet bij de moeder. Hiervan genietend merkt hij Anneke en Evert pas op, als deze naast hem staan. Hij ziet hun bezorgde gezichten.
“Zijn de kinderen er nog niet”, vraagt Harm hoopvol tegen beter weten in?
“Nee, ze zijn er nog niet en mist wordt ook steeds dikker. Zo laat zijn ze anders nooit thuis. Ik vrees dat er wat gebeurt is.”
“Ik ga meteen naar Teun Bekkernens. Misschien kan hij als boswachter nog wat met zijn speurhond Max nog wat uit richten”. Harm en Evert gaan meteen op pad. 
 
Max, die er duidelijk zin aan heeft aan dit extra uitje, ruikt even aan een ongewassen broek van Hans. Even later lopen ze met de hond voorop en de stormlantaarns aan, richting het sparrenbos. Harm weet dat de kinderen daar een hut hebben gebouwd. Daar trekt de Duitse herder hen ook naar toe. Als ze na tien minuten lopen aan komen, is de plek daar verlaten. Ze zien wel dat de kinderen daar gespeeld hebben, want de sporen in het zand van het spelen zijn nog vrij vers.

Dan trekt de Duitse herder Teun onverwachts bijna omver, een ander paadje in. Er is een nieuw spoor. 
 
“Stil eens”… roept Hans, die blijkbaar wat hoort. Grietje slikt haar laatste snik in. We horen het hijgen van een dier dat ons nadert. Dat zal toch geen vos zijn? Die zoeken de mensen normaal niet zo maar op. Of zou hij hen misschien als gemakkelijke prooi, nu het donker is geworden?
Ik kijk snel om me heen of ik een stok zie liggen. Dan kunnen we in ieder geval nog van ons af meppen.
Al kunnen we door de mist nu weinig zien, ondanks de volle maan. 
Dan doemt er een hondenkop op. Het is een Duitse herder. Dan zien we Harm,Teun en Evert er bij. Gelukkig, we zijn gevonden. Grietje wordt onderzocht door Evert, die EHBO heeft, maar het valt allemaal wel mee. Grietje kan echter niet lopen en wordt gedragen door Harm. Ik mag met de lantaarn naast hem lopen. Zelfs in de mist weet Harm resoluut de weg.
Het blijkt maar een klein stukje te zijn naar de boerderij. Als we dat hadden geweten. Teun wordt bedankt voor de bewezen diensten, als hij een borrel af slaat. Die komt later wel een keer. Wij schuiven snel aan tafel, al is het niet helemaal warm meer. Evert en Martin gaan ook door naar huis. Gelukkig is dit spannende avontuur goed afgelopen.

©2012 Martin Wichink.

Reactie plaatsen

Reacties

Martin Wichink
9 jaar geleden

Foutjes heb ik aangepast, waarvoor dank.
Leestekens is een heel ander verhaal. Op de Verhalensite waar ik eerst verbleef, stond een heel goed voorbeeld bij.
Het komt er in het kort op neer, dat je ze gebruikt als schrijvers en mensen zoals journalisten, enz. In het algemeen wordt daar niet zo moeilijk over gedaan, mits je maar steeds hetzelfde in jouw verhaal laat terugkomen. Qua komma's ligt er aan hoe je ze gebruikt. Liefst niet te veel, maar je moet ze ook niet vermijden. Alleen bij het veranderen van onderwerp in een zin, behoor je eerder te kijken naar een punt, tenzij het niet anders kan.

Anne-Marie Hoogendijk
9 jaar geleden

Ik vind het een erg leuk verhaal
Omdat je er om gevraagd heb mijn opbouwende kritiek


Zijn vrouw is enkele jaren GELEDEN overleden nadat ze korte tijd opgenomen was in het psychiatrisch ziekenhuis ‘het Franciscushof’.

Hij is de plaatselijke schaapherder en zorgt er voor dat zijn schapen de grassen tussen de hei weg vreten(GEVRETEN) zodat de hei weer rijkelijk kan bloeien.

Mensen die hem passeren groeten Harm als EEN bekende of maken even een kort praatje over zijn vak.

Binnen een afgesproken afgezette baken spelen we eerst verstoppeRtje.

Hans, Grietje en ik HEBBEN niet door, dat het langzaam aan mistig is geworden.


“Auw”, roept Grietje opeens verschrikt en grijpt naar HAAR enkel.




LET GOED OP WAAR JE JE LEESTEKENS PLAATST.
JE GEBRUIKT MIJN INZIENS TEVEEL KOMMA'S
EN DE VRAAGTEKENS STAAN NIET VAAK NIET GOED
BIJ EEN VRAAG IS HET ACHTERAAN DE ZIN, MAAR ALS IEMAND IETS VRAAGT GEBRUIK JE HEM NIET
"WEET JE DE WEG" VRAAGT JAN
WEET JE DE WEG?
EN NIET "WEET JE DE WEG" VRAAGT JAN ?

Rating: 2 sterren
1 stem

Klik hier om naar boven te gaan.